Het Midwintermarathon weekend

Gepubliceerd op 9 februari 2026 om 08:53

Één weekend, 3 verschillende afstanden en veel leermomenten. Een prachtige editie van de Midwintermarathon in Apeldoorn, waarin het weer gunstig was en heel veel mensen hebben genoten van dit evenement. Mijn ervaringen die ik meeneem naar de 60 van Texel lees je hier. 

 

Weekendverslag

Na een hele leuke night run met de kinderen, waar we in prachtige lichtgevende rokjes door het centrum van Apeldoorn, de brandweer, de glijbaan bij de bibliotheek en veel winkels hebben gerend/gewandeld, was het zaterdagochtend tijd voor het echte werk: de marathon. Met 60% onverhard en 400 hoogtemeters zou het een pittig loopje gaan worden.
Mijn doel: deze marathon constant lopen op de top van mijn duurlooptempo, iets in zone 2, om te zorgen dat ik ook de volgende dag bij de 25 km Asselronde nog goed voor de dag kon komen.
Het gaat dit weekend vooral om de vermoeidheid na te bootsen in de eindfase van Texel. Hoe ga ik daarmee om?

Vorig jaar liep ik niet volgens plan en stond ik geparkeerd na 27 km. Met dat in het achterhoofd hield ik mijzelf goed in. Mijn gemiddelde tempo kwam niet onder de 4:20 min/km en de stukken naar boven deed ik heel relaxt en op gevoel. Dat zorgde voor een heel fijne eerste helft van de marathon, waarin ik het gevoel had volledig de controle te hebben.
Toch merkte ik na 25 km dat het niet meer zo makkelijk ging. Waren het de hoogtemeters, de zompige ondergrond of gewoon de marathon die ervoor zorgden dat de benen niet zo voelden als bij de duurlopen? Ik merkte dat mijn gedachten de eerste negatieve signalen begonnen af te geven. Dat het allemaal toch niet zo goed ging, dat het er gewoon niet in zit. Toch kon ik mij daaroverheen zetten. Tot km 32. Daar was de laatste pittige klim, iets muller zand omhoog. En die hakte erin. Zwoegend kwam ik boven, maar ik had wel een jasje uitgedaan. Ik probeerde het te repareren door het tempo iets te laten zakken, maar de benen draaiden niet meer zo lekker als daarvoor. Het werd meer harken. Ik werd wat gered doordat ik de lopers die nog een lusje moesten, kon bijhalen. Vanuit daar kon ik toch groepje voor groepje naar voren lopen, wat zorgde voor een beetje moraal. Ik had het zwaar, maar er zat nog iets tempo in.

Bij 37 km kwam de gedachte die ik bij elke marathon heb: “Ga toch even wandelen.”
Na mijn eerste marathon heb ik daarna bij alle zes een stukje gewandeld. Toegegeven aan de gedachte en mentaal opgegeven. Nu niet. Ik wist dat deze gedachte kwam en ik wist dat ik ook die laatste 5 km echt wel hardlopend door kon gaan. Ik wist erdoorheen te breken en 5 km tot het einde werden er 4, 3, 2... Toen was ik er doorheen. Nu wist ik zeker dat ik de hele marathon hardlopend ging volbrengen. Nee, het tempo was er niet meer. Het gemiddelde ging van 4:21 min/km naar 4:34 min/km. Ik moest echt een tandje terug, maar de mentale overwinning voelde ditmaal als een grotere overwinning dan het tempo.
Eenmaal op de atletiekbaan zag ik de kids en mijn vrouw aan de andere kant staan. Nog 300 meter baan en dit deel was volbracht.
Over de finish voelde het voldaan. Niet helemaal uitgewrongen en leeg. Positief! Maar hoe zou ik er na een nacht slapen bijlopen?


Asselronde 25 km

’s Ochtends uit bed. Meteen een check… Schiet de kramp erin? Zijn de heupen stijf? Achterwaarts de trap af? Niets van dat alles. Ja, de hamstrings hebben wel eens beter gevoeld, maar verder valt het me helemaal niets tegen. Niets wat nu tegen me zegt dat ik niet een poging kan doen om ook deze 25 km te lopen.
Eerst naar de kidsrun, waar de meiden de 500 m gaan lopen. Lekker fietsen heen en weer terug om vervolgens weer heen te fietsen naar de start van de Asselronde. Zo zijn de benen in ieder geval al even in beweging geweest.
Ik had me ingeschreven met een eindtijd van 2 uur, waardoor ik niet voorin het startvak zou staan. Dit leek me verstandig, omdat ik bang was dat ik anders veel te snel zou starten. Dit tweede startvak beschermt me daar wel tegen, zodat ik rustig kan starten.

Bij het startschot kom ik in beweging… Oef… lopen en fietsen is anders dan een hardloopbeweging. Meteen voel ik de bovenbenen, de hamstrings en mijn knie. Een steek… Even warm worden, denk ik, en ik zet me in beweging achter de meute aan. Nou ja, achter de meute aan… de meute gaat me massaal voorbij. Met frisse benen schieten ze aan alle kanten langs me heen.
Niet druk om maken, denk ik bij mezelf. Het gaat om het volbrengen, niet om de tijd of de plek. De eerste 3 km voelen intens. Dit ga ik toch niet volbrengen? Mijn grootste zorgen heb ik om mijn knie. Die lijkt steeds meer pijn te doen. Ik kies ervoor toch nog wat door te lopen. Als het blijft steken, neem ik de beslissing of het verstandig is om door te gaan of niet.

Als bij een magische grens lijkt het lichaam zich na 5 km aan te passen. Of het ineens doorheeft dat we toch blijven lopen. De vermoeidheid zakt weg, de knie speelt geen rol meer. Ik loop nog in een rustig tempo, maar merk dat het tempo steeds iets harder gaat. Dit gaat vanzelf, want de benen beginnen weer te draaien. Na 8 km ga ik ook mensen voorbij. Steeds meer in het ritme kom ik op een mooi glooiend deel van het parcours richting halte Assel. Daar aangekomen zit ik vol in mijn energie. De marathon van gisteren voel ik geen moment. Ik neem een gelletje voor het lastige stuk omhoog en geniet van de omgeving.

Dan omhoog, de Amersfoortseweg opdraaiend, probeer ik heel goed op mijzelf te letten. Hoe gaan de benen reageren als we gaan klimmen? Trekt de verzuring erin of blijft het uit? Iets angst sluipt er wel in, want vanaf daar is het nog een uurtje lopen. Maar die angst is niet nodig. Het voelt goed, goed genoeg om lekker een tempo aan te houden en veel andere lopers voorbij te gaan, die moeite hebben met die lange klim. Waar de klim me gisteren brak, geeft het me nu energie. Vooral naar beneden nu. Steeds iets sneller, steeds meer vertrouwen dat het lijf ook meer snelheid wel aankan, kom ik aan op de Loolaan. In 1:48 uur finish ik een hele goede Asselronde.

Veel kan ik nu meenemen richting Texel. Mentaal zit het goed, dat is een grote plus. Het herstelvermogen zit ook goed, daar kan ik op teren die laatste 20 kilometer. Nu het ideale tempo nog bepalen. Niet te langzaam, niet te snel, maar voldoende om door te blijven stappen. Hier hebben we nog wel even voor in deze laatste weken richting Texel!

 



Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.